De Overwinstmethode
Als je een fysiotherapiepraktijk verkoopt of overneemt, komt op een gegeven moment het woord goodwill voorbij. Daarna volgt meestal een bedrag dat je niet makkelijk kunt controleren. De Overwinstmethode is de rekenmethode die de sector daarvoor gebruikt. Hij staat beschreven in de KNGF Goodwillmethodiek en is de basis voor de meeste praktijkoverdrachten in de fysiotherapie.
Wat is de Overwinstmethode?
Goodwill is het bedrag dat een koper betaalt bovenop de boekwaarde van de praktijk — bovenop de behandeltafels, de apparatuur en het patientendossier. Die extra waarde bestaat uit de naam van de praktijk, de relatie met verwijzers, het patientenbestand, de contracten met verzekeraars en de reputatie die door de jaren heen is opgebouwd.
De Overwinstmethode beantwoordt de vraag hoeveel die goodwill waard is door te kijken naar wat de praktijk oplevert bovenop wat de eigenaar zelf "normaal" mag verwachten te verdienen. Dat surplus — de overwinst — wordt dan omgezet naar een koopsom via een kapitalisatiefactor.
De redenering is eenvoudig: een praktijk heeft pas echte goodwill als zij structureel meer oplevert dan wat een vergelijkbare fysiotherapeut in loondienst zou verdienen. Is de winst net zo hoog als wat een werknemer zou verdienen — dan is er geen goodwill in de economische zin.
Hoe werkt de berekening?
De methode doorloopt zes stappen. Elke stap vraagt om gegevens uit de jaarrekening of belastingaangifte van de praktijk.
Stap 1
Gewogen gemiddelde winst
Je vertrekt niet vanuit een jaar, maar vanuit drie jaar. Een goed of slecht jaar verstoort het beeld te veel. Het meest recente jaar telt zwaarder mee, omdat dat het meest zegt over de huidige staat van de praktijk.
Stap 2
Normalisatiecorrecties
De winst uit de jaarrekening weerspiegelt niet altijd de normale winstcapaciteit van de praktijk. Drie categorieen moeten worden gecorrigeerd.
Huisvestingskosten
Als je eigenaar bent van het pand en jezelf een lage huur aanrekent, valt de winst kunstmatig hoog uit. Correctie naar marktconforme huur. Benchmark: circa 12% van de jaaromzet.
Ondernemerssalaris
Veel eigenaren betalen zichzelf geen formeel salaris. De winst wordt gecorrigeerd alsof je een marktconform salaris had ontvangen. Benchmark: €65.000 tot €75.000 bruto per jaar (CAO Fysiotherapie schaal 11-12, inclusief werkgeverslasten).
Eenmalige posten
Incidentele kosten of baten — een verzekeringsuitkering, een grote investering, een coronasubsidie — horen niet in de structurele winstcapaciteit.
Stap 3
Redelijk ondernemersinkomen
Niet alle winst is goodwill. Een praktijkhouder verwacht — terecht — een vergoeding voor twee dingen: zijn eigen arbeid en het risico dat hij neemt met het geinvesteerde vermogen.
Het rendementspercentage ligt conform de KNGF-methodiek op 3 tot 6 procent. Als uitgangspunt wordt 4,5% gebruikt.
Stap 4
Overwinst berekenen
Als de uitkomst nul of negatief is, is er geen goodwill op basis van deze methode. De praktijk levert dan niet meer op dan wat de eigenaar als werknemer had kunnen verdienen.
Stap 5
Kapitalisatiefactor bepalen
De overwinst is een bedrag per jaar. De kapitalisatiefactor zet dat jaarlijkse surplus om naar een eenmalige koopsom. Je koopt als het ware een aantal toekomstige jaren overwinst.
De bandbreedte voor fysiotherapiepraktijken is 2,5 tot 4,5. De hoogte hangt af van:
- Locatie en bereikbaarheid
- Kwaliteitsregistraties (IRF, KHF)
- Contractpositie (preferentiecontract met verzekeraars)
- Stabiel team en specialisaties
- Patientenpopulatie (chronisch vs. eenmalig contact)
- Staat van faciliteiten en apparatuur
- Vaste verwijsrelaties met huisartsen en ziekenhuizen
Stap 6
Goodwill en praktijkwaarde
goodwill = overwinst × kapitalisatiefactor
praktijkwaarde = goodwill + boekwaarde inventaris + eventueel onroerend goed
Rekenvoorbeeld
Een fysiotherapiepraktijk met twee behandelaren en een genormaliseerde winst van €120.000. Eigen vermogen: €40.000.
Waar komt de methodiek vandaan?
De Overwinstmethode is uitgewerkt door het KNGF, het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. De methode is vastgelegd in de KNGF Goodwillmethodiek en is de facto de standaard geworden in de sector — accountants, bemiddelaars en brancheorganisaties hanteren hem als referentiekader.
De KNGF-methodiek schrijft geen exacte getallen voor: hij beschrijft de rekenstructuur en de relevante factoren. De invulling — welk salaris is marktconform, hoe hoog is de kapitalisatiefactor — vraagt om oordeel en actuele data. Dat oordeel is precies waar kopers en verkopers het in de praktijk over oneens zijn.
Wanneer gebruik je deze methode?
Geschikt voor
- +Praktijkoverdrachten tussen fysiotherapeuten onderling
- +Praktijken met €150k-€600k omzet, 1-5 behandelaren
- +Eerste indicatie voor een taxatietraject
- +Onderbouwde onderhandelingen
Minder geschikt voor
- −Overname door zorggroepen of investeerders
- −Praktijken met negatieve overwinst
- −Snelle omzetgroei of recente fusies
- −Complexe BV-structuren met holding
Welke bronnen worden gebruikt?
NZa Marktscan Paramedische Zorg (2024)
Sectorgemiddelden voor omzet per FTE, behandelfrequentie (gemiddeld 11,4 behandelingen per patient), personeelskostenratio en omzetmarges.
CAO Fysiotherapie
Basis voor het marktconforme ondernemerssalaris. Schaal 11-12 inclusief werkgeverslasten: €65.000 tot €75.000 per jaar.
Brookz Overname Barometer (2024)
Inzicht in markttransacties: 105 gedocumenteerde overdrachten in de fysiotherapie, EBITDA-multiples tussen 5,9 en 6,9.
Veelgestelde vragen
Mijn praktijk heeft nauwelijks winst. Heeft ze dan geen goodwill?
De Overwinstmethode zegt: als je winst lager is dan wat je in loondienst had verdiend, is er geen goodwill op basis van overwinst. Maar dat wil niet zeggen dat de praktijk niets waard is. De inventaris, de patientenlijst, het huurcontract en de kwaliteitsregistraties hebben waarde. In zulke gevallen wordt de waardebepaling vaak gedaan via de per-patientmethode (doorgaans €30 tot €50 per actieve patient).
Wat is een redelijke kapitalisatiefactor voor mijn praktijk?
Er is geen officieel antwoord. In de praktijk geldt:
- 2,0 – 2,5: beperkte onderscheidende kenmerken, landelijke locatie, geen preferentiecontract
- 2,5 – 3,5: gemiddelde stedelijke praktijk, stabiel team, reguliere contractering
- 3,5 – 4,5: sterke marktpositie, preferentiecontract, specialisaties, wachtlijsten
Een factor boven de 4,0 is uitzondering, niet regel.
Moet ik een accountant inschakelen?
Niet per se voor de indicatie. De Overwinstmethode is zo opgebouwd dat je hem zelf kunt doorlopen met de cijfers uit je jaarrekening. Wil je de uitkomst gebruiken in een formeel verkooptraject, dan is het verstandig om een accountant of praktijkbemiddelaar te betrekken. Een goede indicatie kost je twintig minuten. Een formele transactie kost meer tijd en geld — en dat is normaal bij een aankoop van deze omvang.
Is de uitkomst hetzelfde als de vraagprijs van een makelaar?
Nee. De Overwinstmethode geeft een economisch onderbouwde indicatie. Wat een koper uiteindelijk betaalt, hangt af van vraag en aanbod, de urgentie en het aantal gegadigden. Met een zelfberekende indicatie sta je sterker in de onderhandeling: je weet het verschil.
Over deze gids
Deze gids is geschreven op basis van de KNGF Goodwillmethodiek, NZa-data uit 2024, de CAO Fysiotherapie en de Brookz Overname Barometer 2024. De inhoud is informatief van aard en geen financieel, fiscaal of juridisch advies. Bij een concrete praktijkoverdracht raden we aan een accountant of praktijkbemiddelaar te betrekken.
Zelf je praktijkwaarde berekenen?
De Praktijkwaarde-calculator gebruikt de overwinstmethode en twee aanvullende methoden.